Gedrag in het VO
Veel jongeren op het middelbaar onderwijs tonen gedragsproblemen. Dit kan van tijdelijke aard zijn omdat er even teveel tegelijk gebeurt (puberteit, veranderingen, moeilijkheden thuis, ingrijpende gebeurtenissen). Dan kunnen ze ook weer verdwijnen of minder impact hebben, meestal gewoon door goed ouderschap en wat extra aandacht op school.
Gedragsproblemen kunnen ook hardnekkig zijn, al begonnen zijn op de basisschool en nog versterkt terugkomen in het middelbaar onderwijs. Dan is er vaak sprake van een kindfactor: een leerprobleem, een verhoogde prikkelgevoeligheid, minder concentratie, een heftig temperament, angst, negatief zelfbeeld, enz.
De overgang van basis- naar middelbaar onderwijs blijkt voor die kinderen vaak extra groot. Minder coaching en structuur mogelijk vanuit docentengroep, veel meer prikkels en ook door leeftijd meer kans op gedragsbeïnvloeding door leeftijdgenoten. Het kan zijn dat de gedragsproblemen zich juist in het middelbaar onderwijs pas echt manifesteren omdat dan andere leer- en sociale vaardigheden gevraagd worden.
Deskundigheidsbevordering
Docenten hebben (naast ouders) een belangrijke rol bij het voorkomen, signaleren en beperkt houden van de gedragsproblemen bij een individueel kind, maar ook bij een hele klas. Kwaliteit en continuïteit op school is een voorspeller voor schoolsucces en daarmee voor de carrière en geluksbeleving van de leerlingen. De manier waarop docenten hun les vormgeven en in contact gaan met de jongere(n), maakt veel uit. Bekend is wat helpt en wat goed werkt. De ene methodiek gaat veel meer in op de vaak voorkomende onderwijs en ondersteuningsbehoeften van leerlingen dan de andere. ABC Atlas kan voorlichting en/of deskundigheidsbevordering op maat verzorgen.
Behandeling
Specialistische hulp van ABC Atlas kan worden ingeschakeld wanneer ouders en docenten al met elkaar hebben geprobeerd het onderwijs ‘passend’ te maken voor deze jongere en dat onvoldoende oplevert. Het lukt onvoldoende om de jongere te laten meedoen in het gewone leven. De jongere blijft onvoldoende presteren, blijft moeilijk in de omgang met volwassenen en/of leeftijdgenoten, blijft een sombere indruk maken, enz.
Een psycholoog kan in gesprek met jongere, ouders en docent/zorgcoördinator proberen helder te krijgen wat het probleem is en dan met een voorstel tot aanpak komen. Mogelijk helpen gesprekken met de jongere of een training, mogelijk is er verdere diagnostiek nodig. Daarnaast kan er sprake zijn van handelingsverlegenheid en zijn er handelingsaanwijzingen nodig voor de interactie docent-jongere en/of ouders-jongere. Het plan van aanpak wordt altijd in afstemming met de jongere, ouders en school opgesteld, met het doel dat de jongere weer kan participeren thuis, op school en in de vrije tijd.