Op woensdag 20 oktober 2010 organiseerde PO-Raad/Projectbureau Kwaliteit in samenwerking met ABC Onderwijsadviseurs de conferentie Opbrengstgericht werken.
Opbrengstgericht werken (OGW) is een kansrijk middel om doelgericht de kwaliteit van het taal/lees- en rekenonderwijs te verbeteren. Tijdens de conferentie lieten we zien wat de mogelijkheden van OGW zijn. We gaven achtergrondinformatie en verzorgden workshops waarin de Amsterdamse basisscholen zelf aan het woord kwamen. Aan de hand van de praktijkverhalen werd concreet gemaakt wat OGW binnen de Amsterdamse context kan betekenen. Daarnaast waren er bij de workshops vertegenwoordigers van het programma Kwaliteitsaanpak Basisscholen Amsterdam (KBA) aanwezig om over hun ervaringen te vertellen.
De film 'Kijken naar opbrengsten' van de PO-Raad kunt u hier vinden.
De film met interviews met leerlingen van basisschool De Meidoorn, waar tijdens de bijeenkomst een klein stukje van is vertoond, zal niet op de website of op internet worden gezet. Dit in verband met de privacy van de kinderen. De film is wel in z'n geheel te zien tijdens de HGOV Begeleidingstrajecten van het ABC.
De dag werd afgesloten met een aubade aan de leerkracht, prachtig gezongen door Linda Briganti.
| 13.00-13.30 uur | Ontvangst met koffie en thee |
| 13.30-13.35 uur | Welkom door dagvoorzitter Christa Compas, directeur ABC Onderwijsadviseurs |
| 13.35-13.55 uur | Openingswoord door twee sprekers:
|
| 13.55-14.30 uur | Centrale inleiding door Guuske Ledoux, directeur Kohnstamm Instituut Aan de hand van een film met portretten van verschillende scholen komen de volgende vragen aan de orde: Wat betekent Opbrengstgericht werken? Hoe kan Opbrengstgericht werken het leerproces van leerlingen gunstig beïnvloeden? Welke factoren zijn van belang? Hoe kunnen we dit in de regio Amsterdam handen en voeten gaan geven? Wie heeft hierbij welke rol? |
| 14.30-14.45 uur | Programmawissel |
| 14.45-15.45 uur | Workshopronde 1 |
| 15.45-16.00 uur | Verplaatsen naar 2e workshop |
| 16.00-17.00 uur | Workshopronde 2 |
| 17.00-17.30 uur | Netwerkborrel |
|
Uitvoering |
Medewerker van de SLO expertgroep |
|
Inhoud |
In de referentieniveaus is vastgelegd wat kinderen aan het einde van de basisschool moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Naar verwachting worden de referentieniveaus op 1 augustus 2010 ingevoerd. De Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen heeft vier niveaus voor taal en rekenen beschreven, niveau 1F tot en met niveau 4F. Het doel van deze niveaus is om de taal- en rekenvaardigheid van leerlingen op een hoger plan te brengen. De Expertgroep geeft aan dat zij niveau 2F als noodzakelijk beschouwt om maatschappelijk goed te kunnen functioneren op het gebied van taal en rekenen. De vier taal- en rekenniveaus zijn te gebruiken in het hele onderwijsstelsel, zowel in primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs als hoger onderwijs. Hierdoor kunnen de niveaus als referentiepunt dienen bij de overgang van bijvoorbeeld PO naar VO of van VO naar MBO. De beschrijving van taal- en rekenvaardigheden kan bovendien helpen de drempels (overgangen) tussen onderwijstypen weg te nemen, om zo voor een doorlopende leerlijn te zorgen. Tot slot kunnen leerlingen dankzij de niveaubeschrijvingen beter ingedeeld, gevolgd en gestimuleerd worden door leerkrachten. Voor een succesvolle invoering van het referentiekader, is het zaak dat leraren ermee leren werken. Zij gaan immers in de lespraktijk van alledag met de referentieniveaus aan de slag, om de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen te verbeteren. Het toepassen van de referentieniveaus in de onderwijspraktijk staat centraal in de workshop.
|
| Uitvoering | Jan-Jos Janssen, M&O groep ’s Hertogenbosch en een deelnemer van de leergang ‘Opbrengstgericht Leiderschap’. |
| Inhoud | De M&O groep voert als co-maker met DMO Amsterdam de leergang ‘Opbrengstgericht Leiderschap’ uit. Deze leergang richt zich op zowel bestuurders, schoolleiders als intern begeleiders. Uitgangspunt van de opleiding is om deelnemers te leren om onderwijsbeleid, kwaliteitszorg en personeelsbeleid te integreren en te laten samenkomen in opbrengstgerichte schoolontwikkeling. Om dit goed voor elkaar te krijgen moet de sturing goed worden ingevuld. De schoolleider dient het onderwijsproces op output te monitoren, te analyseren en op basis van die analyse bij te stellen. Deze vorm van onderwijskundig leiderschap (op inhoud), is vaak nieuw voor directeuren. Essentieel hierbij is een sterke koppeling tussen kennis, praktische vaardigheden en persoonlijke eigenschappen. De trainingen in de leergang zijn gericht op het ontwikkelen van persoonlijke en professionele vaardigheden en attitudes, vanuit theoretische concepten, maar met veel praktische oefeningen. Persoonlijke effectiviteit staat centraal. Om te kunnen constateren of leiderschapsgedrag effectief is, moet niet alleen worden gekeken naar de persoon van de leider. Ook de medewerkers waaraan hij of zij leiding geeft en de kenmerken van de specifieke organisatie zijn van invloed. Deze koppeling van leidinggevenden, medewerkers en organisatie staat centraal en wordt uitvoerig in de workshop belicht. Bij de workshop is een directeur betrokken die zelf deelneemt aan de leergang, zodat deelnemers een goed beeld krijgen van de opbrengsten en effecten van de leergang op de werkvloer. |
| Uitvoering | Onderwijsexpert Hans van Dael van Kwaliteitsaanpak Basisscholen Amsterdam (KBA) en een Amsterdamse basisschool in de verbeteraanpak. |
| Inhoud |
Optimale kwaliteit van onderwijs: dat is het doel van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. De scholen die aan dit programma meedoen, werken twee jaar lang systematisch aan een duurzame kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Zij krijgen hierbij ondersteuning van onafhankelijke onderwijsexperts. |
| Uitvoering | Directeur Carla Jansen van basisschool Nellestein en Willeke Beuker, ABC Onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | Leerkrachten werken vooral in de eigen klas. Om die reden worden de kwaliteiten van deze professionals vaak onvoldoende benut voor de school als geheel. Hoe kunnen scholen ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs wordt verhoogd door het gebruik van de talenten die al aanwezig zijn? In deze workshop wordt ingezoomd op de duurzame verbetering van leerprestaties, zoals die momenteel wordt gehanteerd in het project ‘Omdat Elk Kind Telt in Zuidoost’ (in Amsterdam Zuidoost). Het gaat hierbij om het werken in professionele leergemeenschappen (volgens Michael Fullan). De workshop gaat in op de dagelijkse praktijk. Wat hebben scholen nodig om op deze manier te werken? Waar lopen ze tegenaan? Wie zijn er bij betrokken? Hoe kan het handelen van de leerkracht beter worden afgestemd op wat leerlingen nodig hebben voor een goede ontwikkeling van de basisvaardigheden? Met andere woorden: hoe geef je ‘opbrengstgericht werken’ handen en voeten in de dagelijkse onderwijspraktijk? Beide workshopleiders hebben ervaring met het werken in professionele leergemeenschappen. |
| Uitvoering | Intern begeleider Ingeborg Moerkamp van basisschool Piet Hein en Marjan Beentjes, ABC onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | De ‘1-zorgroute’ is de weg waarlangs basisschool Piet Hein het omgaan met de onderlinge verschillen tussen leerlingen wil verbeteren. Het klassenmanagement en het systeem van interne begeleiding waren in voorgaande jaren speerpunt van ontwikkeling. In schooljaar 2009-2010 is daaraan een vervolg gegeven met de stappen van handelings – en opbrengstgericht werken. Leerkrachten hebben onderwijsbehoeften van kinderen in kaart gebracht en groepplannen opgezet. De intern begeleider van de school heeft dit proces, samen met de ABC Onderwijsadviseur, richting gegeven. Deelnemers maken in de workshop kennis met hulpmiddelen bij de cruciale stap in de cyclus handelingsgericht werken, namelijk het benoemen van onderwijsbehoeften. Voor het begeleidingsproces heeft ABC Onderwijsadviseurs een handzame matrix ontwikkeld, die de leerkrachten meer grip geeft op het omzetten van observaties in de praktische ondersteuning van leerlingen. |
| Uitvoering | Basisscholen de Rozenmarn en Oscar Carré en Ineke Koster en Lijgien Bos, allebei ABC onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | De Rozemarn in Amsterdam Zuidoost is de eerste basisschool, die vanuit het taalbeleid in 2008 de keuze maakte voor het traject ‘Amsterdam leest meer en beter’. Doel was om de opbrengsten van de leesaanpak op school te verbeteren. Aan de hand van de ‘Leesscan’ is de schoolsituatie in kaart gebracht en deze is gepresenteerd op de eerste studiedag. Op die dag werd ook een overzicht gegeven van de huidige inzichten op het gebied van lezen. De studiedag werd gevolgd door acties op de werkvloer. Een belangrijke verbetering betreft het technisch lezen vanaf de onderbouw, gekoppeld aan toetsgegevens en een nauwkeurige analyse daarvan. Studiemomenten ter inspiratie zijn afgewisseld met bouwbijeenkomsten, interventies en klassenbezoeken door de leeswerkgroep. De inhoud en resultaten van dit lopende traject, het proces van begeleiden door ABC Onderwijsadviseurs en met name de bevindingen van de school staan centraal in de workshop. Om het aanbod op maat breder te illustreren vindt een vergelijking plaats met de uitvoering op de Oscar Carré school in Amsterdam. |
| Uitvoering | Janneke Oussoren, ABC onderwijsadviseurs en Manon de Veer, leerkracht Flevoparkschool. |
| Inhoud | Sterk rekenonderwijs hangt onder meer samen met het geven van een effectieve instructie, gebaseerd op toetsgegevens van de leerlingen. Ook is essentieel welke kennis aanwezig is over doorgaande leerlijnen voor rekenen en hoe deze kennis vervolgens op school kan worden toegepast binnen het onderwijs. Deelnemers aan de workshop leren aan de hand van een instrument om een groep in te delen naar hun instructiebehoeften (instructieafhankelijk, instructiegevoelig en instructieonafhankelijk). Vervolgens wordt middels het directe instructiemodel gekeken wat dit betekent voor het verdelen van tijd door de leerkracht tijdens de rekenles: hoe kan de leerkracht ervoor zorgen dat alle leerlingen die instructie krijgen waar zij behoefte aan hebben? De deelnemers krijgen handvatten hoe ze dit kunnen gebruiken voor het schrijven van groepsplannen.Telkens worden daarbij verbanden gelegd met de belangrijkste tussendoelen per leerjaar en de fundamentele en streefdoelen, zoals die zijn geformuleerd door de commissie Meijerink. |
| Uitvoering | Leerkracht Bart van Rixtel van basisschool De Bron en Marianne Goes, ABC Onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | ‘Opbrengstgericht Werken’ betekent dat leerkrachten doelgericht hun onderwijs inrichten, rekening houdend met de onderwijsbehoefte van de leerlingen. ‘Opbrengstgericht Werken’ is: doen wat werkt. Het niveau van de kinderen wordt goed in kaart gebracht, zodat de leerkracht weet welke instructie en begeleiding de kinderen nodig hebben en hoe groepjes kunnen worden samengesteld voor coöperatieve werkvormen. Gedifferentieerd onderwijs; hoe is dat te organiseren? In de workshop leren leerkrachten hun klassenmanagement te verbeteren, waardoor ze meer toekomen aan het geven van extra instructie voor die kinderen die dat nodig hebben. Aan de hand van een praktisch schoolvoorbeeld wordt een lesmodel aangereikt om gedifferentieerd te kunnen werken. Ook het handig organiseren van coöperatieve werkvormen komt aan de orde. Competentie, relatie en autonomie (zelfsturing!) van de kinderen worden versterkt door een goede organisatie in de groep. |
| Uitvoering | Ingrid Greijer en Liesbeth Luycx van Orthoteam AMOS. |
| Inhoud | Het bestuur van de Amsterdamse Oecumenische Scholengroep (AMOS) neemt met een groep van 12 scholen deel aan het driejarige taalleesverbetertraject van de PO-Raad. Een aantal van deze scholen was bij de start van het traject als taalzwak aangemerkt. Het Orthoteam van AMOS, een team van orthopedagogen en psychologen, heeft vanuit haar visie een gemeenschappelijk plan voor de scholen ontwikkeld. In dit plan wordt uiteengezet op welke manier de scholen systematisch kunnen werken aan het verbeteren van hun leesresultaten. Uitgangspunt zijn de negen stappen van het Continuüm van Zorg van Struiksma. Speciale aandacht gaat uit naar de instructievaardigheden van de leerkracht, hiertoe wordt door het Orthoteam gewerkt met video-opnames in de klas. Daarnaast zijn er vanuit het bestuur speciale leestrainers werkzaam, welke op elke school leerlingen begeleiden die ondanks het kwalitatief goede leesonderwijs achterblijven op het gebied van technisch lezen. Alle inspanningen beginnen op de scholen langzaamaan vruchten af te werpen: de leesresultaten gaan omhoog. Bent u nieuwsgierig geworden? Zou u dit ook graag gaan invoeren op uw eigen school? In deze workshop zullen we uit de doeken doen hoe het traject op de scholen eruit ziet en wat de succesfactoren en belemmerende factoren zijn bij deze manier van werken. Hierbij komen ook de deelnemers aan het woord. |
| Uitvoering | Mieke Nusse, intern begeleider Troelstraschool, Anneke Paehlig, leerkracht Louis Bouwmeesterschool en Paulien Rietveld, ABC onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | In Amsterdam Nieuw West zijn op een aantal scholen de capaciteiten en de onderwijsresultaten van leerlingen in groep 6 met elkaar vergeleken binnen het project ‘Focus op Capaciteiten’. Nogal wat leerlingen blijken - om allerlei uiteenlopende redenen - ondermaats te presteren. Op de Troelstraschool hebben de intern begeleiders daarover achtergrondgesprekken met de leerlingen gevoerd en kwamen daarbij tot verrassende uitkomsten en contacten. In het project vragen de leerkrachten uitdrukkelijk aan de leerlingen om mee te denken over een aanpak om hujn resultaten op niveau te brengen. Zo krijgen leerlingen zicht op hun sterke en minder sterke kanten. Wat beheersen ze al en wat nog niet, en waar willen ze aan werken? Dat motiveert, immers: leerlingen zullen zich meer inzetten voor hun eigen idee dan voor het idee van een ander. De gesprekken zorgen ervoor dat de leerlingen actief betrokken zijn bij hun eigen ontwikkeling en kritisch leren kijken naar zichzelf. Ze ervaren leren als zinvoller en de animo om naar school te gaan neemt toe. Veel kinderen blijken geen ervaring te hebben met het voeren van een dergelijk gesprek. Ze hebben niet geleerd na te denken over hun eigen leerproces en hun ideeën en wensen. De praktijk wijst uit dat ze in het begin de gesprekken maar raar vinden. Op de Louis Bouwmeesterschool heeft de leerkracht haar werkwijze aangepast. Met succes. Elke leerling wil nu graag een gesprek. In de workshop komt aan de orde hoe zij dit heeft aangepakt. |
| Uitvoering | Intern begeleider Jolanda Knijnenburg van de Twiskeschool en Nicole Gabriel, ABC Onderwijsadviseurs. |
| Inhoud | Directie, IB-ers en andere teamleden hebben al verschillende voorlichtings- en studiebijeenkomsten bezocht en zich verdiept in de theoretische achtergrond van handelingsgericht en opbrengstgericht werken. De volgende stap is de introductie in het team. Hoe krijgen we het team enthousiast en hoe maken we een goede start? Hoe benutten we de leeropbrengsten van onze leerlingen om te reflecteren op ons eigen handelen? Welke doelen stellen we als school en waar baseren we die op? Tijdens de workshop wordt ingegaan op de aspecten die belangrijk zijn bij de invoeringsfase. Aan de hand van praktijkvoorbeelden lopen de deelnemers de route nog eens na, die de Twiskeschool het afgelopen jaar heeft bewandeld. Tijdens de workshop komen onder meer de succesfactoren en knelpunten die de school tegenkwam aan de orde. Daarbij gaan deelnemers actief aan de slag met een analyseschema dat tijdens de workshop kan worden ingevuld. Hiermee bepalen de deelnemers zelf welke actiepunten voor hun school gewenst zijn. |