Het onderzoek
Onderzoek met Bouw!
De Universiteit van Amsterdam heeft samen met het ABC en zeventien scholen voor (speciaal) basisonderwijs in december 2008 een plan ingediend om een onderzoek met 'Bouw!' te doen, binnen het Actieprogramma Onderwijs Bewijs. Met deze prijsvraag stimuleert het Ministerie van Onderwijs experimenteel onderzoek naar methoden die de effectiviteit en de efficiëntie van het onderwijs vergroten.
Als een van de winnaars voert het samenwerkingsverband vanaf schooljaar 2009-2010 een onderzoek uit naar het effect van het programma Bouw! op de leesvaardigheid van kinderen in groep 2 tot 4.
Sommige kinderen hebben een grotere kans op leesproblemen. De belangrijkste risicofactoren zijn:
- Dyslexie in de familie (ongeveer de helft van de kinderen met een dyslectische ouder ontwikkelt zelf ook dyslexie);
- Te weinig ervaring met lezen, en met boeken;
- Problemen met taal, bijvoorbeeld een minder uitgebreide woordenschat.
Als deze kinderen in groep 2 of aan het begin van groep 3 geen extra ondersteuning krijgen bij (de voorbereiding op) het leren lezen, dan hebben ze na vijf maanden leesonderwijs een achterstand opgebouwd die niet of nauwelijks in te halen is.
Hoe worden kinderen voor Bouw! geselecteerd?
De deelnemende scholen hebben kinderen aangemeld die moeite lijken te hebben met leren lezen. Deze kinderen zijn op school getoetst door testleiders van de universiteit. De toetsresultaten geven aan welke kinderen een achterstand hebben bij het aanvankelijk lezen en in aanmerking komen om deel te nemen aan het onderzoek. Om uit te kunnen onderzoeken wat Bouw! toevoegt aan de leesontwikkeling, gaat de helft van de kinderen - als aanvulling op het leesonderwijs - op school werken met het programma. De andere helft volgt het gewone leesonderwijs.
Bouw! op school en thuis?
De kinderen die met Bouw! werken doen dat vier dagen per week, zo'n 10 tot 15 minuten per dag. De kinderen uit groep 2 werken voornamelijk thuis met het programma en de kinderen uit groep 3 op school. Onderzoeksassistenten van de Universiteit van Amsterdam zorgen, in samenwerking met medewerkers van het ABC, voor ondersteuning voor de tutors op school en de ouders thuis.
Wat is er verder nog belangrijk?
Het onderzoek waaraan de kinderen die nu in groep 3 zitten deelnemen, loopt vanaf september 2009 van groep 3 tot eind groep 5. De kinderen uit groep 2 starten in februari 2010 met het programma. Er worden dus regelmatig toetsen bij hen afgenomen om de ontwikkeling van het lezen en spellen te volgen, in onderstaand schema ziet u de tijdsplanning van de afname van deze toetsen.
De ouders ontvangen hiervan bericht. Uiteraard is de privacy van de kinderen gewaarborgd; bij de verslaglegging worden de namen van de kinderen niet vermeld. De resultaten van het onderzoek worden gerapporteerd aan het Ministerie van Onderwijs, en gepubliceerd in wetenschappelijke vakliteratuur. Op de school zullen informatiebijeenkomsten voor ouders georganiseerd worden.

