Harry Mulisch

Door Kathelijn Rombaut

Mijn oude leraar Nederlands stuurde een email naar zijn hele adressenbestand: ‘De grote schrijver is dood!’ Een schreeuw zo klonk het, steeg op uit mijn inbox. Wat een impact het werk en de man zelf hebben gehad op onze literatuur bleek wel uit de enorme publiciteitsgolf die onlangs los kwam na het overlijden van Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927 - Amsterdam, 30 oktober 2010). Mulisch geldt als één van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij wordt gerekend tot "De Grote Drie" van de naoorlogse Nederlandse literatuur, waartoe ook Willem Frederik Hermans en Gerard Reve behoren.

'Ik heb de oorlog niet zo zeer "meegemaakt", ik bén de Tweede Wereldoorlog.' Zo luidt een van de gevleugelde uitspraken van Mulisch; zoon van een joodse moeder uit een Oostenrijks bankiersgeslacht en een Oostenrijks-Hongaarse vader die tijdens de Eerste Wereldoorlog officier was in het Duitse leger. De oorlog loopt als een rode draad door zijn literaire werk, van zijn doorbraak-roman Het stenen bruidsbed, over het bombardement op Dresden, tot en met zijn laatste roman Siegfried, waarin hij de denkbeeldige zoon van Hitler opvoert. Thema's als schuld en onschuld, goed en fout en alle schemergebieden daartussen, hebben hem altijd beziggehouden.

Voor velen van u, is het wellicht een tijd geleden dat u een boek van zijn hand las. Toch zijn zijn boeken buitengewoon leesbaar en actueel. Op veel boekenlijsten prijken zijn romans al jaren. Twee bekende boeken toch nogmaals kort uitgelicht. Hopelijk krijgt u hierdoor weer zin om ze (nog eens) ter hand te nemen.

Het bekendste boek uit zijn oeuvre is De aanslag uit september 1982 (verfilmd in 1986). Een eclatant commercieel succes. Mede door de stilistische helderheid viel hem veel nationale en internationale waardering ten deel. De aanslag is de eerste Nederlandse bestseller waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Het boek gaat over de represailles op een Haarlemse familie naar aanleiding van een aanslag op een collaborateur, een politieofficier en NSB-lid. De jongste zoon, Anton Steenwijk, overleeft de catastrofe als enige en in de loop van zijn leven tracht hij via ontmoetingen met betrokkenen van de aanslag de ware toedracht te achterhalen. Het verhaal is opgedeeld in vijf episoden: januari 1945, wanneer de aanslag zich voordoet, 1952: de Korea-oorlog, 1956: Hongarije, 1966: Provo en Vietnam, en 1981: de demonstraties tegen de plaatsing van NAVO-kernraketten. Bij iedere stap komt Anton dichter bij de ware toedracht van de misdaad en bij het lot van zijn leven.

In 1992, op zijn 65ste verjaardag, verscheen zijn 901 bladzijden tellende boek: De ontdekking van de hemel. Het is een roman waarin alle mythologische en filosofische registers worden opengetrokken. De vriendschap tussen Onno Quist en Max Delius is de voorbode van de geboorte van Quinten, die (in 1985) de uitverkorene is tot een goddelijke opdracht. Die goddelijke opdracht is een waarschuwing tegen de verworden maatschappij.

Harry Mulisch schreef romans, novellen, verhalen, beschouwend proza, studies, autobiografisch werk, reportages, toneelstukken en gedichten. Het is de moeite waard eens voor uw kast te gaan staan en een van zijn werken te (her)lezen.