Alles behalve schoolziek

Een gebroken been of nare darmziekte betekent niet dat er geen school is. Bij zieke leerlingen komen de leraren gewoon aan het bed staan. ‘Ik denk dat ik nu zelfs voorloop op de klas.’

Met één ferme knal was de schooldag van Kim Schut voorbij. Onderweg naar het Sweelinck College werd de zestienjarige in het najaar aangereden door een busje. Rug en nek zwaar gekneusd, kniebanden beschadigd en ze had een hersenschudding. Na een bezoek aan het ziekenhuis mocht ze naar huis. Meteen naar school zat er uiteraard niet in. Flink balen, want Schut zit in 4 vmbo, het eindexamenjaar. Gelukkig voor haar bleek er een oplossing in de vorm van les aan de keukentafel. Twee keer in de week kwam er een docent langs: één voor de exacte vakken, één voor de talen.

Voor Schut en andere jongeren die niet naar school kunnen omdat ze ziek zijn, is er de mogelijkheid in het ziekenhuis of thuis les te krijgen. Leerlingen die in het AMC of het VUmc belanden, worden geholpen door de consulenten van de Educatieve Voorziening Amsterdam. Zij zorgen ervoor dat er jaarlijks ruim vierhonderd kinderen aan het bed of elders in het ziekenhuis les krijgen. “Ook kinderen die heel veel op de polikliniek moeten zijn voor behandeling kunnen we helpen,” zegt Carla Hendriks. “We nemen contact op met school; we vertellen ze over het ziektebeeld en de gevolgen. We adviseren school hoe ze een leerling het beste kunnen begeleiden. Vervolgens maakt school een pakket op maat waar wij in het ziekenhuis mee aan de slag gaan.”

Het is voor kinderen heel belangrijk dat ze niet alleen maar met hun ziekte bezig zijn, volgens Hendriks. “Zo zitten kinderen trouwens ook niet in elkaar: zodra het weer iets beter gaat, gaan ze direct aan de slag met andere dingen.” Ook chronisch zieke kinderen worden door de consulenten in de gaten gehouden. Dat is hard nodig, want zonder hulp zitten zij op zestienjarige leeftijd gemiddeld een niveau en een klas lager dan gezonde kinderen.

Kim Schut kreeg les via ‘Onderwijs aan zieke kinderen Amsterdam’, een stichting die met hulp van twaalf vrijwilligers zorgt voor les aan kinderen die thuis ziek zijn of revalideren, al dan niet na ziekenhuisopname. Vorig jaar hielp de stichting honderd kinderen; dat aantal groeide de afgelopen jaren doordat door strenge verzuimcontroles steeds meer zieken in beeld komen.Een medewerker van slachtofferhulp legde voor Kim het contact met de stichting. “In het begin was het gek. Dan ga ik maar naar boven om mezelf een beetje achter de computer verder te vervelen. Op de website van Hennes en Mauritz kun je een model aankleden, dat doe ik nu best vaak.”

Na twaalf weken mocht het loopgids eraf. Leya heeft nu spalken aan haar voeten die net in haar gewone Puma’s passen. Daarmee kan ze al wel wat lopen, maar naar school mag ze van de revalidatiearts nog niet. Ze vindt het jammer: “Maar eerst moet mijn conditie beter zijn.” Dat het Berlage Lyceum zoveel trappen heeft, helpt haar nu niet.

Zolang het nodig is, zal Leya thuis les krijgen. Gratis, want het geld voor de thuislessen komt van de gemeente Amsterdam en in het ziekenhuis van het ministerie van Onderwijs. Leya’s angst dat ze dit jaar blijft zitten, is waarschijnlijk ongegrond: “Ik wist eerst helemaal niet dat er mensen zijn die je thuis les komen geven. Ik denk dat ik met aardrijkskunde en natuurkunde nu misschien wel voorloop op de klas.”

Live verbinding met de klas

De technologie brengt scholen en zieke leerlingen steeds dichter bij elkaar. Eddy Dirkmaat, werkzaam bij onderwijsadviesbureau ABC, is kind aan huis bij de kinderafdelingen van de ziekenhuizen en helpt scholen met hun zieke leerlingen. Hij geeft hun advies over de kinderen die thuis liggen, maar ook over deweg terug naar school: “Soms kunnen kinderen wel al een paar uur naar school, maar nog niet de volle dag. Dan kunnen we samen kijken hoe een kind toch niets hoeft te missen.” Voor langdurig afwezige leerlingen is de webchair of digibeter een uitkomst. Dirkmaat: “Die apparaten kunnen we in de klas zetten, zodat de leerling op een afstand gewoon mee kan kijken naar de leraar en ook vragen kan stellen. De leerlingen zien hun zieke klasgenoot ook in beeld, zodat het kind er toch een beetje bij is. Helaas zijn er niet veel van die webchairs beschikbaar, dus we kunnen het niet zo vaak inzetten als we willen.”

[tekst Marieke Monden fotografie Dingena Mol, publicatie in Parool PS 4 februari 2012]

BijlageGrootte
Alles behalve schoolziek.pdf3.45 MB