Hé leuk, die gaat net zo snel als ik
Hester Monster van ‘De Wielewaal’ over Day a Week School en Montessori 
Interview door Kathelijn Rombaut
Het zijn de wit besneeuwde eerste werkweken van januari 2010. Ouders ploeteren met kinderen op de fiets over gladde, vaak niet schoongemaakte wegen naar school. Het is een van die dagen dat ik spreek met Hester Monster, leerkracht op de 1e Montessorischool ‘ De Wielewaal’. Over Montessorionderwijs en de pilot van de Day a Week School voor excellente leerlingen. En over haar motivatie om voor de klas te staan.
‘Ik komt uit een onderwijsnest zoals dat heet. Mijn beide grootmoeders hebben de kweekschool gevolgd. Mijn vader heeft bijna 40 jaar voor klas gestaan en mijn moeder hield zich bezig met volwasseneducatie. Erfelijk belast dus,’ lacht Hester vrolijk.
‘Met een vriendinnetje speelde ik altijd schooltje: Zij is onderwijskundige geworden en ik juf. Toen ik een jaar naar Amerika ging, heb ik daar een keer een dag voor de klas gestaan van een van de kinderen uit het gastgezin om te vertellen over Nederland. Toen sloeg de vonk over: “dit vind ik echt leuk”. Zodoende ben ik, na terugkeer uit Amerika, naar de PABO gegaan.’
Je hebt gekozen voor de Montessori-Pabo. Waarom?
Het motto ‘Help mij het zelf te doen’ sprak en spreekt me zeer aan. Kinderen kunnen in het Montessorionderwijs in hun eigen tempo op hun eigen leerlijn te werken. Natuurlijk is de praktijk niet altijd zo rooskleurig. Maar wel gebaseerd op die gedachte.
Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Een kind is actief, niet passief: het is nieuwsgierig, leergierig en van nature behept met de drang om te weten. Dat is terug te zien in een spontane belangstelling van kinderen. De onderwerpen van die belangstelling verschillen per kind en veranderen met verloop van een aantal fasen. Dit betekent dat kinderen kortere of langere perioden ontvankelijk zijn voor bepaalde leergebieden. Montessori noemde dat een 'gevoelige periode'. Dáár zit de kracht van de leerkracht. Het is zijn taak om in deze perioden het juiste materiaal aan te bieden.
De Wielewaal is een van de pilotscholen waar het project ’Day a Week School’ binnenkort gaat beginnen. Waarom doen jullie daar aan mee?
Het doel is dat de Day a Week School een zo breed mogelijke basis legt voor verdere talentontwikkeling. Een belangrijk kenmerk is dat de getalenteerde leerlingen een belangrijke rol blijven spelen in hun eigen klas. Zo worden ze uitgedaagd zich in te zetten door bijvoorbeeld een spreekbeurt te geven of door de ervaringen met klasgenoten te delen. Onze leerlingen blijven dus vier dagen in de week gewoon bij ons in de klas en een dag volgen ze onderwijs met gelijkgestemden. Door deze combinatie krijgen ze een beter inzicht in hun positie en omgang met hun leeftijdgenoten.
Soms kunnen getalenteerde kinderen zich goed aanpassen. Maar het denkproces van zo’n kind is toch vaak net anders dan bij een gemiddelde leeftijdgenoot. Het lijkt me voor deze kinderen heel fijn om een keer in een groep zitten met kinderen die dezelfde dingen ‘zien’. Dan heb je een referentiekader en daar kun je je ook aan spiegelen. Het heeft ook te maken met je zelfvertrouwen. ‘Hé leuk, die gaat net zo snel als ik.’
Ik denk dat de Day a Week School een belangrijke meerwaarde voor dit soort leerlingen heeft. Zowel op intellectueel, als zeker ook op sociaal emotioneel vlak.
De lesstof die dit soort kinderen nodig heeft, kun je in een gewone schoolsituatie niet altijd bieden. De afgelopen jaren is de politiek in Amsterdam gericht geweest op de taalzwakke, sociaal economische achterstandsleerling. Daar is veel geld voor beschikbaar gesteld. Maar de politiek wil ook dat we een Kenniseconomie worden/zijn. Het is dan ook meer dan nodig dat er zulke stappen in het onderwijs gezet worden. Je kan niet alleen maar de onderkant bedienen en verwachten dat de talenten zich zelf wel ontwikkelen.
Wat hoop je dat a Day a Week School bij jouw leerlingen teweeg zal brengen?
Ik hoop dat deze groep ‘slimmerds’ ook begeleid gaat worden in het ontwikkelen van een bij het talent passende werkhouding. Je merkt vaak bij deze groep dat ze de stof maar half lezen. Dat ze slordig werken of gemakzuchtig met hun werk omgaan. Als ze moeilijkere werkjes krijgen haken ze sneller af. Ze weten niet hoe ze iets moeten aanpakken, wat je moet doen als je iets niet snapt, of hoe ze om hulp kunnen vragen. Deze groep leerlingen is niet gewend om problemen die te maken hebben met leren te tackelen. Het lijkt me erg inspirerend om ook deze groep leerlingen die vaardigheden op hun niveau bij te brengen waardoor ze met plezier moeilijkere vraagstukken aan gaan pakken. Hierdoor voorkom je wellicht ook dat zij later in het Voortgezet Onderwijs uitvallen. Als laatste hoop ik dat de Day a Week School de kinderen een positieve leerervaring oplevert waarbij ze later nog met plezier aan terugdenken.