Tips voor groepen 1 en 2 met een nieuwkomer

 

1. Receptieve taalverwerving gaat vooraf aan productieve taalverwerving. De nieuwkomer begrijpt de eerste tijd nog weinig en kan nog niets in het Nederlands zeggen. Respecteer dat en verzorg taalaanbod. Speel en werk met attributen, zoals voedingsmiddelen en keukengerei uit de huishoek of van de ontdektafel, en geef als eerste opdrachtjes om bijvoorbeeld iets te geven, te pakken, aan te wijzen, op te ruimen of terug te zetten, te verzamelen, in te richten. Laat eventueel tellen en rubriceren. En breid dan de complexiteit en zinsbouw van de opdrachtjes langzaamaan uit.

2. Verzorg een rijke thematische leeromgeving. Het geldt voor alle kinderen, maar voor de nieuwkomer is het extra belangrijk: een thematafel met attributen van het thema, een themaspelhoek ingericht volgens het thema, themawand met de begrippen van het thema, een thematische boekenhoek met informatieve (Kijkdoos) en prentenboeken van het thema. Het beeldmateriaal helpt in de eerste periode om duidelijk te maken waar al die onbegrepen nieuwe taal die het kind hoort zo ongeveer over gaat.

3. Verzorg herhaald taalaanbod en doe - opdrachtjes. Pas bij herhaling gaan nieuwkomers woorden onderscheiden en zinspatronen horen. Bij nadere herhaling gaan  ze die ook onthouden. Liedjes, speelliedjes, spellen in het speellokaal en verkeersopdrachten zijn geschikt voor herhaling. Voorbeelden: doe - opdrachtjes en doe - liedjes in het speellokaal en buiten zoals "ga allemaal zitten, ga allemaal staan, ga allemaal lopen" , "hoofd - schouders - knie en teen...". Doe -opdrachten met attributen: pak de muts, zet de muts op, geef de muts aan....

Total Physical Response is een mooi woord voor doe - opdrachten: kijk naar links, kijk naar rechts, en loop over het zebrapad .....

Herhaal ook het aangeboden prentenboek, vertel het nog eens.

4. Klanken: het is voor nieuwkomers extra belangrijk dat leraren goed articuleren, duidelijke opdrachten geven en opletten wat het kind snapt. Ook is het extra belangrijk om klankspelletjes te doen: spelen met verlenging van de klank bijvoorbeeld.

5. Verzorg zoveel mogelijk auditief – visueel – handelend aanbod op de computer. Moderne rekensoftware met geluid voor de groepen 1 en 2 geeft kansen voor het oefenen van voorzetsels, hoofdtelwoorden, rangtelwoorden en eenvoudige zinsbouw. Digiboeken, ingesproken prentenboeken en ingesproken infoboekjes bieden kansen voor het inslijpen op het gebied van woordenschat, articulatie, woordaccent, zinsmelodie, woord- en zinsbouw. Daarnaast zijn er kansen voor uitbreiding van thematische kennis van de wereld.

6. Laat kijken en luisteren naar prentenboeken. Creëer lees -luisterhoeken met koptelefoon, waar voorgelezen prentenboeken in tweetallen gekeken, verteld, beluisterd en gelezen worden. Als boeken aansluiten op het thema is dat extra effectief. De combinatie van verhalende boeken met informatieve boeken per thema heeft het meeste effect op de woordenschat. Herhaald luisteren is goed voor de klankontwikkeling, de grammaticale ontwikkeling en de woordenschat. Webabonnementen als Bereslimme Boeken en Mijn naam is Haas geven mogelijkheden. Mijn papa woont in Afrika is een mooi digiboek dat online staat, en een aantal Dikkie Diks zijn nu op dvd ingesproken. Het aanbod is heel onvolledig, per thema zijn er te weinig luisterboeken van constante kwaliteit en format beschikbaar om er structureel gebruik van te kunnen maken. Een taak voor uitgevers!

7. Lees interactief prentenboeken voor in kleine groepen. Gebruik prentenboeken en betrek de doelleerlingen extra. Gebruik attributen. Prentenboeken die bij het thema horen bieden extra kansen voor de woordenschat, want de themawoorden zullen in de komende periode veel herhaald worden. Voor selecties: leesplein en prentenboeken per thema bij Piramide

8. Blijf in het begin korte opdrachten geven. Door zoveel mogelijk korte opdrachten te laten uitvoeren is er maximaal kans op succeservaring en oefening van begrippen, en zo heeft de leerkracht/ hebben de leerkrachten maximale feedback of het aanbod goed afgestemd is.

9. Begrippenlijsten. Voor een selectie van begrippen kan gebruik gemaakt worden van de  Basiswoordenlijst Amsterdamse kleuters .

10. Met interactieve taalspellen, zoals Begrippentaal en zoals de vele coöperatieve werkvormen in Zien is Snappen , kan in tweetallen en groepjes o.a. geoefend worden met klanken, woordenschat, het juiste lidwoord.

11. Meer uitgebreide suggesties vindt u in het boek Klein Beginnen van CED.