Arnold Jonk, hoofdinspecteur van het onderwijs, op bezoek bij Het ABC

Niet alleen kijken naar virtuositeit van ‘n team, maar ook naar gelijke kansen voor kinderen.Arnold jonk

Op 4 januari 2016 was Arnold Jonk, hoofdinspecteur van het onderwijs, op bezoek bij het ABC. We wilden van hem weten hoe het werken aan virtuositeit van leerkrachten zich verhoudt tot de eisen van de inspectie. Is het mogelijk om meer ruimte te maken voor socialisatie en persoonsvorming en minder te geven aan kwalificatie? Worden scholen dan niet afgerekend op de CITO-scores? In gesprek over het veranderende toezicht en het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen.

Wat is er precies veranderd in het toezicht?
De afgelopen 8 jaar heeft de inspectie een risicogerichte aanpak gehanteerd. Deze methodiek is ingezet om het aantal zwakke scholen terug te brengen en dat heeft gewerkt. Op dit moment is nog maar 2,5% van de scholen in Nederland zwak. Maar de risicogerichte aanpak heeft ook nadelen. De focus ligt op wat er niet goed gaat en dat richt ook je blik. Soms is dat nodig, maar stimulerend is het niet altijd en het is ook zeker niet voor alle scholen een passende aanpak. Bij scholen die geen risico-scholen zijn, kan vertrouwen en maatwerk veel meer voorop in de aanpak staan. Daarom is de inspectie een pilot gestart met vernieuwd toezicht op ongeveer 700 niet-risico scholen, waarvan ongeveer 10 in Amsterdam.

Scholen hebben in deze aanpak veel meer eigen inbreng en kunnen zelf aangeven wat zij belangrijk vinden om te laten toetsen, feedback op te krijgen. Het nieuwe waarderingskader is minder sturend. Scholen kunnen ook dingen onder de aandacht brengen waar ze trots op zijn. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van de zelf evaluatie van de school. In veel gevallen kan dat heel goed.

Uit een evaluatie blijkt dat 95% van de pilot scholen de nieuwe aanpak als prettig ervaren. Ze voelen zich serieuzer genomen en meer aangesproken als eigenaar van hun onderwijs.

Wat vraagt dat van de inspecteurs? Zijn zij toegerust voor deze nieuwe rol?
De inspectie had altijd al een dubbele rol, namelijk het garanderen van de basiskwaliteit en het stimuleren van kwaliteit. Soms zijn deze rollen lastig te combineren, want ze leiden tot een andere houding, een andere aanpak. De laatste jaren lag de nadruk op het garanderen van de basiskwaliteit. Het stimuleren van kwaliteit vraagt andere dingen van bijvoorbeeld gespreksvaardigheden. Daar zijn wij als organisatie nu dan ook volop mee bezig. Dat gaat ook lukken, de collega’s zijn zeker toegerust voor hun nieuwe taak.

Hoe belangrijk is de persoon van de inspecteur?
Dat is het grootste dilemma van de inspectie. Ze wil zo objectief, transparant en eerlijk mogelijk zijn. Een goede inspecteur reflecteert en spiegelt, maar geeft geen advies. Hij moet aan het eind van de dag een oordeel geven, wat van grote betekenis is, openbaar is en gaat over het belang van kinderen. Soms is dat oordeel niet waar de school op zit te wachten, maar wel nodig voor de kinderen.

Bij het stimuleren is de eigen kwaliteitsopvatting van de school enorm belangrijk. Dat zit in de waarden van ons als organisatie: de inspectie heeft groot respect voor de diversiteit van het onderwijs. Onze waarden gaan over respect voor degenen die het werk doen, over pluriformiteit. De inspectie moet en wil recht doen aan alle scholen.

Er worden veel interne trainingen gewijd aan het omgaan met de subjectiviteit van de inspecteur. Maar natuurlijk maakt het nog steeds uit wie er komt kijken. Dat gaat dan vaak niet zozeer over het oordeel, maar inspecteurs verschillen wel vaak in hun manier van communiceren. Net als de scholen. De kracht van het Nederlands onderwijs moet de diversiteit van de scholen zijn.

Hoe zie je de rol van het ABC?
Goed onderwijs geven is moeilijk. Jezelf goed inschatten, waar sta ik nu, hoe doe ik het goed? Dat pleit voor goede kenniscirculatie in het onderwijs. Docenten onderling, scholen onderling, maar ook onderwijsadviseurs kunnen daar natuurlijk een mooie rol in spelen. Scholen zoeken ook advies, ook bij ons, maar adviseren over de inhoudelijke richting past niet binnen de rol van de inspectie. Veel scholen zouden dat wel heel graag willen. Het ABC kan natuurlijk ook daar een rol in spelen.

Hoe heeft het werken bij de inspectie je beeld als ouder beïnvloed?
Ik merk in gesprekken met andere ouders hoe belangrijk soms dingen als de gemiddelde cito-score gevonden word. Ik weet als inspecteur dat zonder een goed begrip van de leerling populatie op die school, dat soort cijfers niets zeggen. Daarom raad ik andere ouders aan om niet alleen naar Cito scores te kijken, maar vooral naar dingen als de kwaliteit van het team, de eigen verantwoording door de school, de opvatting over goed onderwijs.  En het valt me als ouder natuurlijk op, hoe anders je ervaring als ouder is dan wanneer ik met een inspecteur door een school loop. Je ziet zoveel andere dingen.

Hoe beoordeelt de inspectie of scholen wel alles uit de kinderen halen?
Dit vraagt dat scholen zelf zicht hebben op de ontwikkeling van kinderen en een beeld of wat  leerlingen presteren ook conform verwachting is. Dat is een aspect waar de meeste scholen kunnen verbeteren. Dat is niet zo eenvoudig. We kijken of scholen écht zicht hebben op hun leerlingen. Wat verwacht je als school van je leerlingen, waar baseer je dat op, maak je dat waar? En als dat niet zo is, stuur je dan bij?

In hoeverre worden ouders meegenomen in het toezicht?
Gesprekken met ouders proberen we ook nu weer uit in pilots met het nieuwe toezicht. Er is nog geen echt goede modus om deze gesprekken een goede plek te geven. Hoe achterhaal je nou goed wat de kwaliteit echt is? De wijze waarop scholen het contact met ouders invulling geven verschilt enorm per school. En we weten hoe belangrijk die oudercontacten zijn.

Dan heb ik nog een vraag aan jullie: Zijn gelijke kansen de afgelopen jaren gestegen of gedaald?
De zaal schat in dat de gelijkheid is gedaald. Door de stijging van armoede, tweetalig onderwijs, toenemende segregatie, bezuinigingen op zorg, overgang naar passend onderwijs, economische crisis, problematische overgang basisonderwijs-VO, studiefinanciering.

Het bevorderen van gelijke kansen is een belangrijke drijfveer voor Arnold Jonk. Daarom onderzoekt de inspectie of deze kansen de laatste jaren toegenomen zijn of juist afgenomen. Over een paar maanden, als op 13 april het onderwijsverslag verschijnt, weten we hoe het ervoor staat.

Hij vindt dat het onderwerp de laatste jaren veel te weinig aandacht heeft gehad. Iedereen die voor het onderwijs werkt, zou in zijn hoofd moeten hebben, waarom hij dat doet. Welke invloed heeft wat ik doe op gelijke kansen voor alle kinderen?

Denk daar maar eens over na…

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *